Geheimen zijn elementaire ingrediënten voor drama. Romanciers en dramaturgen maken er gretig gebruik van als drijvende motor in het verhaal. In de 19e eeuw is daar het coderen en decoderen bijgekomen, dat als een derde rail fungeert om de motor sneller en verder te doen lopen. Het is een keurige truc. Het geheim van de plot verder verbergen in een cryptografische boodschap, vergroot het dramatische element diepgaand uit.

De eerste die hiervan gebruik maakte is Edgar Allan Poe, met The Murders in the Rue Morgue de grondlegger van de detective. De jaarlijkse prijzen die door Mystery Writers of America worden uitgereikt worden naar hem “Edgars” genoemd. Maar er is nog een andere primeur waarvoor Poe misschien wel onvoldoende krediet krijgt. Hij is de eerste die cryptografie en het breken van codes centraal stelt in de plot, met zijn verhaal The Gold Bug.

In het begin van de jaren 1840 daagt Poe, terwijl hij in Philadelphia voor een weekblad schrijft, zijn lezers uit om hem substitutiecryptogrammen te sturen, waarbij hij opschept dat hij over de nodige vaardigheden beschikt om ze te decoderen. Dat vinden sommige lezers, deels door bijgeloof, best wel eng. Maar velen raken geïntrigeerd en gaan op zijn uitdaging in. Vanuit het hele land ontvangt Poe inzendingen en hij ontcijfert er inderdaad vele. Er ontstaat snel veel enthousiasme. Gecodeerde puzzels raken in. Ze genieten al snel een grote populariteit in tijdschriften en kranten, een affiniteit die tot op de dag van vandaag in de vorm van cryptische kruiswoordraadsels voortduurt.

Als hij de stijgende vraag ziet, speelt Poe in op de trend met zijn in 1843 gepubliceerde korte verhaal, The Gold Bug. Drie mannen vinden een mysterieuze gouden scarabee en een gecodeerde perkamenten brief. Dat leidt uiteindelijk tot de ontdekking van een grote piratenschat, begraven op de moerassige kust bij Charleston, S.C.

Het is leerzaam te onderzoeken hoe geheimschriften worden opgesteld. Aan het eind van de 19e eeuw worden geheimschriften al in gidsen op de markt gebracht. In deze tijd zijn deze handmatig uitgevoerde coderingen een bron voor leuke puzzels en spellen. Je kunt er hele spelletjesmiddagen mee organiseren! Ik vond een Duits lexicon dat voorziet in een uitputtend overzicht. Hieruit bespreek ik regelmatig methodes. Deze methodes zijn niet moeilijk. Ook makkelijke wiskunde kan leuk zijn!

De Chinese methode

Het Chinese schrift mag verticaal geschreven worden. Daarom wordt de hieronder besproken methode ook wel de Chinese methode genoemd … nou ja. De basis is het onderstaande schema.


Het invoegen van de letters in dit schema, net zoals in alle volgende schemata, moet altijd gebeuren in de natuurlijke volgorde van de cijfers (1, 2, 3, 4, 4, 5, 6, 7, enz.).

Stel de “plaintext” is: zoals afgesproken, bezoek ik jou

Deze tekst wordt als volgt bewerkt:


Horizontaal aflezend wordt de ciphertext: oenpazukbrfoieogakzkeljoess.

Er kan ook een verdere vercijfering plaatsvinden of simpelweg diagonaal worden afgelezen, zodat de ciphertext wordt: zaopfanrgleboesokeksuizekoj.

Variant 1:


Variant 2:


Variant 3:


Variant 4:


Variant 5:


Variatie 6 en 7: Begin respectievelijk rechtsboven en rechtsonder, waarbij de afzonderlijke kolommen in zigzag- of slangenlijnen (d.w.z. in gekoppelde volgorde zoals bij de Varianten 4 en 5) zijn gevuld met de cijfers.

In mijn post “Geheimschrift (2) heb ik het gebruik van nieten behandeld. Zie https://demathemaat.hansschipper.nl/#post46. Ook bij de Chinese methode kunnen die natuurlijk worden gebruikt.

Bron:

Hans Schneickert (1900), Moderne Geheimschriften, Mannheim, Dr. Haas’schen Druckerei