Bron: Klik

Bij de NASA wordt hij nog altijd geëerd als een van de zeer groten die de moderne ruimtevaart hebben helpen mogelijk maken: Gerard Kuiper. Hoe ontstonden Zon en planeten in de wolk van gas en stof die zonnenevel wordt genoemd, en wat is het verband tussen deze genese en de vorming van andere zonnestelsels? Wat is de aard van de atmosferen en de oppervlakken van de planeten in het hedendaagse zonnestelsel, en hoe zijn ze ontstaan? Dit waren de drijvende intellectuele vragen die Gerard Kuiper inspireerden in zijn leven van observeren en bestuderen van sterrenstelsels en van ons eigen zonnestelsel. Geboren uit ouders zonder opleiding werkte hij zich op tot één van ’s werelds toonaangevende geleerden. 

Deel 1: Jonge jaren

Gerard Peter Kuiper (oorspronkelijk Gerrit Pieter Kuiper) werd op 7 december 1905 geboren in het Noord-Hollandse Tuitjenhorn als zoon van Antje de Vries en kleermaker Gerrit Kuiper. Hij stierf op 24 december 1973 in Mexico-City, terwijl hij op reis was met zijn vrouw en zijn levenslange vriend en collega, Fred Whipple. 

Hij was de eerste van vier kinderen. Zijn zus, Augusta, was tot haar trouwen onderwijzeres en zijn broers, Pieter en Nicolaas, werden opgeleid tot ingenieur. Op de basisschool was Gerard een uitstekende leerling. Het was de bedoeling dat hij onderwijzer zou worden en hij moest zijn dorp verlaten om in Haarlem de Kweekschool voor Onderwijzers te kunnen volgen.

Langzamerhand veranderde zijn plan. Kuiper had al vroeg een buitengewone belangstelling voor Astronomie en eigenlijk wilde hij een universitaire studie in Leiden doen. Het pad naar een universitair onderwijs in Nederland liep normaal gesproken via HBS of Gymnasium. Om toch toegelaten te worden moest Kuiper het toentertijd bijzonder zware toelatingsexamen Colloquium Doctum afleggen. 

En passant haalde hij een bevoegdheid om wiskunde te kunnen geven op de middelbare school. Kuipers gedrevenheid, vasthoudendheid en zelfverzekerdheid, die ook in zijn studententijd al goed ontwikkeld waren, deden hem slagen, ondanks een sfeer van discriminatie in Leiden tegen arme studenten en tegen degenen die niet de juiste middelbare scholen achter de rug hadden. 

Op jonge leeftijd werd Kuiper’s interesse in astronomie gestimuleerd door het lezen van Descartes filosofische en kosmologische geschriften. Deze interesse werd aangemoedigd door zijn vader en zijn grootvader, die hem een kleine telescoop gaf. Of hij de kleine telescoop veel gebruikte weet ik niet. Met het blote oog maakte Kuiper gedurende de hele winter schetsen om ook de zwakste leden van de Plejaden die hij kon waarnemen te tekenen. 

Het zevengesternte – Foto: NASA

De Plejaden ofwel het Zevengesternte is een sterrencluster in het sterrenbeeld Stier. Stier is een sterrenbeeld net ten noorden van de hemelequator. De ecliptica loopt door dit sterrenbeeld, dus het maakt deel uit van de dierenriem. De Zon staat in Stier van 14 mei tot 21 juni. 

Op Kuipers kaart vonden de Leidse sterrenkundigen, aan wie hij de resultaten stuurde, sterren met magnitude 7.5, bijna vier keer zwakker dan die welke zichtbaar zijn voor het normale menselijke oog. Zelfs in zijn latere jaren was Kuipers visuele scherpte uitzonderlijk.

Kuiper startte in september 1924 op de universiteit van Leiden. Zijn medestudent en langdurige vriend Bart J. Bok herinnerde zich de dag dat zij elkaar ontmoetten als nieuwe studenten in de bibliotheek van het Instituut voor Theoretische Fysica. 

Kuiper vertelde Bok dat het zijn ambitie was om astronomische problemen van fundamentele aard aan te pakken, met name het drielichamenprobleem en aanverwante vragen over de aard en oorsprong van het zonnestelsel. Hij voltooide zijn kandidaats in Leiden in 1927. 

Antonie Pannekoek

Onder de Leidse professoren van Kuiper waren beroemdheden als Ejnar Hertzsprung, Antonie Pannekoek en de theoretische fysici Paul Ehrenfest, Willem de Sitter, Jan Woltjer en de jonge Jan Oort. Kuiper werd een vriend van de familie Ehrenfest in zijn rol als tutor van de zoon van de fysicus.

Kuiper, Bok en medestudent Piet Oosterhoff studeerden samen  Sterrenkunde. In zijn studententijd mocht Kuiper in 1929 mee met de Nederlandse expeditie naar Sumatra om de zonsverduistering te bestuderen. Hij leerde Maleis, zwierf langs inheemse dorpen, bestudeerde lokale gewoontes en schilderde.

Op de vooravond van de verduistering, ontdekte hij dat een andere astronoom de spectrograafspleet op een van de camera’s onjuist had georiënteerd. De correctie werd net op tijd uitgevoerd om tijdens de verduistering de volgende dag de wetenschappelijke gegevens te kunnen verzamelen.

In 1929 begon Kuiper te corresponderen met de grote dubbelster-astronoom Robert Grant Aitken, die werkte op het Lick Observatorium van de Universiteit van Californië. Hij vroeg hem zijn eerste metingen te bekritiseren. In een van zijn brieven aan Aitken zette hij uiteen aan welke statistische studie hij zich de komende tien jaar wilde gaan wijden. Bij Hertzsprung werkte Kuiper aan zijn proefschrift over tweelingsterren en hij promoveerde in 1933. In datzelfde jaar reisde hij naar de Verenigde Staten om een Kellogg Fellow en later een Morrison Fellow (**) te worden bij Lick Observatory in de buurt van San Jose op Mount Hamilton. Zijn Amerikaanse avontuur was begonnen.

Lick observatorium

(Wordt vervolgd)

(**)

Het Morrison Fellowship is gebaseerd op een legaat uit 1928 van mevrouw Morrison. Het is bedoeld voor de bevordering van onderzoeksactiviteiten aan het Lick Observatorium, Universiteit van California. Het Morrison Fellowship wordt toegekend hetzij aan een astronoom van grote en bewonderenswaardige reputatie op grond van de bijdragen van grote waarde aan de wetenschap van de astronomie, of aan een jongere wetenschapper die onlangs is gepromoveerd en die, naar het oordeel van de Directeur van het Lick Observatorium, van een buitengewone belofte is voor de sterrenkunde.